Rijders van elektrische auto’s krijgen vaak het verwijt dat ze rijden op kosten van een ander doordat ze gesubsidieerd worden.
Ook hier is wat nuancering op zijn plaats.
Nederland, net als bijna elk land, heeft middelen bedacht om schoner rijden te stimuleren. In de praktijk betekent dat het (zwaarder) belasten van vervuilende auto’s.
Een eerste instrument is de BPM. Deze belasting is volledig gekoppeld aan de vervuiling door de auto zelf, ofwel, wat er uit de uitlaat komt. Het is dan logisch dat auto’s die geen uitlaat hebben daar geen last van hebben, ofwel, BPM vrijgesteld zijn.
Een echte stimulering zit daarentegen in de vrijstelling van wegenbelasting. We noemen dit een echte stimulering omdat er eigenlijk geen argumenten zijn. Elektrische auto’s gebruiken de wegen ook.
De overheid loopt brandstofaccijns mis. Dat klopt maar elektriciteit wordt zwaarder belast dan brandstof. Alleen, en daar zit het hem in, er wordt veel minder van verbruikt omdat elektrische auto’s veel efficienter omgaan met hun “brandstof” (85 to 90% terwijl de brandstofauto niet verder dan hooguit 25 tot 30% komt).
En dan de verminderde bijtelling voor zakelijke rijders. Inderdaad een stimuleringsmaatregel. We moeten daarbij niet uit het oog verliezen dat elektrische auto’s (veel) duurder zijn dan vergelijkbare brandstofauto’s. Bekijken we wie een Tesla rijdt dan blijkt deze vaak daarvoor een auto reed die misschien wel half zo duur was. Dan zou het ontmoedigend zijn als hij het volledige percentage bijtelling zou moeten betalen.
Tenslotte, als het gaat om het beoordelen van maatschappelijke effecten moeten we ook meetellen dat elektrisch auto’s doordat er geen uitstoot is veel minder risico vormen voor de volksgezondheid en dus op termijn tot lagere zorgkosten, ziekteverzuim etc. leiden. Dit is alleen wat lastig uit te rekenen maar speelt zeker ook.